Speenkruid

Wetenschappenlijk naam: Ranunculus ficaria verna
Behoort tot de Ranonkelfamilie

De naam ‘speenkruid’ is volgens sommigen afgeleid van de vorm van de knollen, die op kleine speentjes lijken. Behalve speenkruid heet de plant op vele plaatsen boterbloem en op enkele pinksterbloem, maar verder haneklootjes (Friesland), kattenklootjes (Noord- Holland), papenkloten (Zuid-Holland), verder kikkerbloem, kleine boterbloem, kleine gouwe en oelekebloem (Achterhoek). Vijgwortel omdat de knolletjes de vorm van een vijg hebben.

Wat zie je?
Het is een bodembedekker, die al vroeg in het voorjaar bloeit met gele bloemetjes (met 8-12 bloembladeren). De groene glimmende bladeren lijken op de vorm van een hart en zitten aan een lang steeltje. Deze bladstengel buigt naar de grond. Aan de wortel groeien knolletjes die lijken op speentjes.

Bijzonderheden
De plant bloeit in het voorjaar, als de vaste planten gaan uitlopen, trekt het speenkruid zich terug en sterft bovengronds af. De plant gebruik de speentjes om voedsel op te slaan voor het volgend seizoen. Vroeger werd speenkruid vanwege het hoge vitamine C gehalte bij scheurbuik en voorjaarsmoeheid gegeten.

Let op! Niet in grote hoeveelheden eten, vanwege aanwezigheid van protoanemonine. Het gehalte aan protoanemonine in de bladeren neemt toe als de plant bloeit.

Oogsten
Maart-april: blad, alleen als de plant nog niet bloeit
April: bloemknoppen
Mei-juni: wortelknolletjes en de broedknolletjes in de bladoksels

Gebruik in de keuken
Blad: fijngesneden in salade, kruidenmengsels en kruidenkaas
Bloemen: als decoratie
Bloemknoppen: in olie of azijn inleggen
Wortelknolletjes en bladoksel-broedknolletjes: inleggen in olie of azijn

Inhoudsstoffen
Vitamine C vooral in de bladeren, ranunculine (waarvan protoanemonine is afgeleid), saponinen en looizuur.
In wortel: looistoffen, asparagine en het enzym urease.

Medicinaal
Speenkruid heeft een reinigende werkingen en wordt ook bij onzuiverheden van de huid en aambeien gebruikt.

Bronnen:
Eetbare wilde planten – Steffen Guido Fleischhauer e.a.,
Onkruidboek – Suze Peters e.a.

10 (voor)zaaitips

Zo gauw het zonnetje begint te schijnen in het voorjaar, krijgen we last van de beruchte zaaikoorts. Het is dan vaak nog te koud en te nat om in de volle grond te gaan zaaien. Toch kun je binnen in huis al het een en ander doen.

Niet iedere grond warmt even snel op, zand wordt sneller warm dan klei. Op zandgrond kun je daarom al eerder buiten zaaien en uitplanten. Voor kleigrond houden we als datum 1 april aan om plantjes buiten uit te planten en buiten te gaan zaaien.

  • Zaai niet te vroeg. In januari en februari is er nog te weinig zonlicht om planten goed te laten groeien. De buitentemperatuur is vaak nog te koud.
  • Vanaf eind februari kun je binnen aubergines, pepers, paprika’s en tomaten zaaien. De zaden van deze planten  hebben minstens 20 °C nodig om te kiemen. ½ mei kunnen ze buiten worden uitgeplant, in de kas al eerder.
  • Zaai in perspotjes, voorgevormde tray’s of in schoongemaakte plantenpotjes, dan kun je de planten zonder beschadiging aan de wortels verplanten of uitplanten. Doe 2 zaadjes in één potje, bij verplanten gebruik je de sterkste plant.
  • Zet je zaailingen voor het raam, want ze hebben veel licht nodig. Hebben ze onvoldoende licht dan groeien ze scheef en langgerekt en worden zwakke planten. Let op! Bij felle voorjaarszon kan het soms te heet zijn achter glas. Zet dan een krant of stuk karton tussen het raam en je zaailingen.
  • Zaai op de juist zaaidiepte. De algemene regel is; zaai ongeveer 2 x zo diep als de zaden groot zijn. Als je te diep zaait, zullen de zaden er langer over doen om te kiemen en is de kans op rotten groter.
  • Gebruik een plantenspuit bij het watergeven van je zaailingen. Controleer elke dag de vochtigheid van de grond. Dek je pas gezaaide zaden af met bijvoorbeeld plastic. Het water verdampt dan minder snel. Zodra de plantjes uitgekomen zijn, verwijder je het plastic en kun je ze beter van onderaf watergeven. Je stimuleert dan de wortelgroei.
  • Sla, spinazie, radijsjes, tuinkers, rucola, raapstelen, tuinbonen, doperwten, kapucijners en wortelen kiemen al bij een temperatuur van 10 °C. Je kunt ze dus al heel vroeg onder koud glas zaaien.
  • Gebruik biologische zaden, dit zijn meestal sterke rassen en er worden geen chemische stoffen gebruikt als coating. Op deze manier steun je ook de biologische landbouw en milieuvriendelijke zaadteelt.
  • Zaden van sla, wortel, peterselie en selderij zijn lichtkiemers, dit betekent dat zij licht nodig hebben om te kiemen. Je verspreid de zaden over je zaaigrond en dekt dit af met een dun laagje zand. Zand bestaat uit kiezel en houdt daardoor licht vast.
  • Gebruik om te zaaien kant en klare zaaigrond of maak het zelf van 2 delen tuin- of potgrond  met 1 deel grof wit zand (= straatzand) en 1 deel cocopeat of vermiculiet (is een zeer licht gesteente dat vocht vasthoudt).

Moestuinspreekuur

Ongeveer eenmaal per 2 maanden op woensdagmiddag van 13.00-`15.00 uur houd ik een gratis moestuinspreekuur in de bibliotheek in Alphen aan den Rijn.

Hier kun je terecht met al je vragen over je moestuin. Bijvoorbeeld: Hoe start ik een moestuin op? Kun eens kijken naar mijn teeltplan? Wat doe je tegen slakken en wat tegen heermoes? enz.

Voorlopig is het spreekuur online (of telefonisch). Meld je gratis aan en ontdek hoe jij kan genieten van (nog meer) groenten, fruit en kruiden uit je eigen tuin.

Kijk in de agenda voor de data of meld je aan.

Koken uit de tuin

Wat is er leuker dan zelf je groente te oogsten en hier iets van te maken. En daarna natuurlijk lekker met elkaar van eten.

Na een korte introductie over de tuin. Gaan de leerlingen in groepjes groenten uit de tuin oogsten. Daarna gaan zij hier een gerecht of drankje van maken.

Geschikt voor basisschool groep 7-8 en voortgezet onderwijs klas 1-6.

Duur: 1,5 uur

Deze activiteit vindt plaats op Wijktuin de Alphense Wetering in Alphen aan den Rijn of Pluktuin Hortus Populus in Bodegraven.

Ontdek de moestuin

De leerlingen maken kennis met hoe groenten worden geteeld op een natuurlijke wijze.

Na een korte introductie over de tuin, gaan de leerlingen in groepjes opdrachten uitvoeren. Aan de orde komen onder andere: gezonde grond en het bodemleven, wisselteelt, de kringloop; van plantenafval tot compost, welke delen van groenten eet je eigenlijk, bestuivers, lastige diertjes en hun natuurlijke vijanden.

Deze activiteit kan plaats vinden in Wijktuin de Alphense Wetering in Alphen aan den Rijn of de Hortus Populus in Bodegraven. En is geschikt voor basischool groep 4-6 en BSO

Duur: 1,25 uur

Neem contact op voor meer informatie.

Op wildpluk avontuur

Vroeger waren er geen winkels waar mensen hun boodschappen konden doen. Ze moesten zelf op zoek naar hun eten in de natuur. Ga mee op wildpluk avontuur en ontdek welke planten en bloemen eetbaar zijn.

We beginnen met een korte introductie over wildplukken. Waar moet je opletten als je opzoek gaat naar wilde planten? Welke planten kun je plukken? Waar herken je ze aan? De leerlingen gaan zelf wilde planten plukken en hier een gerechtje of drankje van maken.

Geschikt voor basisschool groep 5-8 en voorgezet onderwijs klas 1-6

Duur: 1,5 uur

Wildplukken kan in de buurt van de school, als hier een geschikte plek voor is en anders bij Wijktuin de Alphense Wetering, De Brongaard.

Neem contact op voor meer informatie.

Broodbeleg maken

Minder vlees eten is goed voor onze gezondheid en het milieu. Maar wat doe je dan op je brood? We gaan zelf lekker broodbeleg maken.

We gaan eerst in op wat de redenen kunnen zijn van mensen/kinderen om minder of geen vlees te willen eten. Wat zou je dan kunnen gaan eten? Hebben ze zelf weleens een broodbeleg gemaakt?

Daarna gaan de leerlingen in groepjes een broodbeleg maken.

Natuurlijk gaan we ook proeven wat er is gemaakt en misschien hebben ze zelf wel ideeën wat ze nog meer zouden kunnen maken.

Deze les vindt plaats op school en is geschikt voor de basisschool groep 5-8 en VO klas 1 – 6.

Duur: 1,5 uur

Neem contact op voor meer informatie.

Bloemenkruiden boter maken

Leerlingen leren waar boter van wordt gemaakt en maken kennis met kruiden en eetbare bloemen. Geschikt voor basisschool groep 4-6 en BSO.

bloemenkruiden boter maken

We gaan eerste boter maken van slagroom, dat is een aardig klusje en duurt best wel eventjes.
Als de boter klaar is gaan de kinderen uitzoeken welke kruiden en eetbare bloemen zij in de boter willen hebben. We gaan uitgebreid ruiken, voelen en proeven van de kruiden en bloemen. De fijn gesneden kruiden en bloemen gaan in de boter.

Daarna moet natuurlijk worden geproefd.

Deze les kan zowel in de klas als op de tuin* worden gegeven.

Duur: 1 uur

* Wijktuin de Alphense Wetering in Alphen aan den Rijn of Pluktuin Hortus Populus in Bodegraven

Neem contact op voor meer informatie.

kappertjes

Kappertjes van zaden van de Oost Indische kers

Oost Indische kers is een veelzijdige plant. Vaak zet je hem in de tuin als vangplant voor luizen. Zitten er geen luizen op dan kun je het blad gebruiken in de sla of er een pesto van maken. De bloemen zijn zeer decoratief en lekker in een salade. Maar je kunt er ook een kruidenboter mee opvrolijken. De bloemen hebben een vrij pittige smaak.

Als de bloemen zijn uitgebloeid worden er zaden gevormd, van deze zaden kun je kappertjes maken. Deze kappertjes kun je als smaakmaker aan sausjes, pesto of salades toevoegen.

kappertjes

Wat heb je nodig:
1 flinke kop verse zaden van de Oost Indische kers, pluk ze het liefst zelf van de plant
1 eetlepel grof zeezout
10 peperkorrels
1 theelepel dillezaad of een dille bloemscherm
2 laurierblaadjes
Goede witte wijnazijn
Een schone jampot (uitgekookt met soda)

Bereiding:
Meng de zaden met het zeezout en laat het een nacht staan.
Spoel het zout van de zaden.
Doe de zaden samen met de peperkorrels, dille en laurier in de jampot.
Giet de azijn in de pot tot de zaden helemaal onder staan.
Is je pot nog niet helemaal vol, je kunt telkens nieuwe zaden toevoegen tot je pot vol is.

Laat dit een paar maanden staan op een koele, donkere plek.

Variatie: voeg knoflook of andere kruiden naar smaak toe.

In plaats van de zaden van de Oost Indische kers kun je ook de bloemknoppen van de  paardenbloem of madeliefjes gebruiken.

Les “Leven van het land”

Een project over voedsel wat goed is voor de aarde en goed voor jezelf met groente in de  hoofdrol.

Meer dan de helft van de kinderen haalt de richtlijnen van het Voedingscentrum voor de dagelijkse groenteconsumptie niet. Met het project maken de leerlingen door zelf te ervaren op een praktische manier kennis met voedsel dat goed is voor jezelf en goed is voor de aarde. De leerlingen krijgen handvatten om nu en later zelf keuzes te maken op het gebied van gezondheid en duurzaamheid.

De leerlingen maken door doe opdrachten kennis met diverse onderwerpen: dagelijkse groente consumptie, seizoensgroenten, groenten van ver, duurzame teelt en de kringloop van ons voedsel. Er wordt aansluitend een lunch bereid op basis van groenten.

Geschikt voor basisschool groep 6 en 7.

Duur: 2,5 uur

De voorbereidende les en afsluitende les worden door de eigen leerkracht verzorgd.

Deze les kan worden uitgebreid met ontdek de moestuin.

Heb je interesse in deze gastles? Neem dan contact op.