tijm

Mediterrane keukenkruiden

Mediterrane keukenkruiden zoals tijm, rozemarijn en salie zijn afkomstig uit gebieden waar het zomers warmer en droger is dan in Nederland. Ze houden van een zonnige, droge standplaats en van arme, kalkhoudende, stenige grond.

Ze houden niet van voedselrijke grond en compost. Maak daarom liever een apart deel in je tuin geschikt voor Mediterrane kruiden. Ze doen het goed tussen de kieren van een stapelmuurtje, in het bovenste gedeelte van een kruidenspiraal of tussen tegels van het terras.

Ik maakte een apart bed voor de Mediterrane kruiden, door de grond te mengen met zand en het af te dekken met grind. De randen van het bed zijn van gebroken stoeptegels. De tegels houden warmte vast, zodat een micro klimaatje ontstaat.

De volgende planten wil ik in mijn Mediterrane cirkel planten: echte tijm, citroentijm, hysop, citroenbonenkruid, lavendel, salie, oregano en bonenkruid.

De struikjes worden jaarlijks gesnoeid om ‘verhouting’ tegen te gaan.

Bijen bezoeken graag de bloeiende kruiden.

sinaasappelschillen

Hergebruik sinaasappelschillen

Als je een sinaasappel eet gooi je de schil meestal weg. Wist je dat je deze schillen kunt drogen en dan in allerlei gerechten kunt gebruiken?

Schil de sinaasappel, eet je sinaasappel op. Haal het witte van de sinaasappelschil er zoveel mogelijk af. Snijd de schil in reepjes en daarna in blokjes. Deze leg je op een bordje en zet je op of in de buurt van de verwarming. Binnen 2-3 dragen zijn je sinaasappelsnippers droog. Bewaar ze in een potje.

Waar kun je de snippers in gebruiken?
Thee, samen met bijvoorbeeld rozemarijn of gember.
In een cake, rozijnen/notenbrood.
In azijn

Boerenkoolstamppot

met knolselderij

Knolselderij is vooral bekend van de erwtensoep, waldorfsalade en selleriesalade. Tegenwoordig gebruik ik in de boerenkoolstamppot of andere stampotten ook knolselderij. Een knol die niet moeders mooiste is maar wel een erg goede smaakmaker. Knolselderij groeit voor de helft onder de grond en de andere helft boven de grond. Hij heeft een vrij lange groeiperiode. De knol bevat de mineralen kalium, calcium, fosfor, natrium, magnesium en ijzer en vitamine C, E, B1, B2, B12 en provitamine A.

Nodig:
300 gram boerenkool
300 gram kruimige aardappelen
300 gram knolselderij
1 ui
2 tenen knoflook
zout, peper

Bereiding:
Was de boerenkool, rits de bladeren van de nerf en snij deze fijn.
Schil de aardappelen en snijd deze in 4-en.
Schil de knolselderij en snijd deze in blokjes.
Kook en aardappelen en knolselderij in een laagje water met een beetje zout gaar.
Schil de ui en knoflook en snijd deze fijn.
Verhit een pan, voeg de olie en ui en knoflook toe.
Fruit deze glazig.
Voeg de fijngesneden boerenkool toe en stoof deze gaar.
Giet de aardappelen, knolselderij af en bewaar het kookvocht.
Stamp de aardappelen, knolselderij en boerenkool door elkaar.
Voeg al het te droog is nog wat kookvocht toe.
Maak op smaak met peper en nootmuskaat.

Lekker met gebakken pompoen en kidneybonen hachee.

Tuincafé

Uitwisselen tuinervaringen

Moestuincursisten wilden graag een vervolg op de moestuincursus. Vanuit deze vraag is het tuincafé ontstaan. Een ontmoetingsplek om tuinervaringen met elkaar te delen. In eerste instantie wil ik het tuincafé 4 x per jaar organiseren. Aangezien het tuincafé een nieuw concept is, zullen we met elkaar gaan ontdekken waar behoefte aan is.

De eerste keer hebben we zaden en stekken geruild. We zijn de tuin door gelopen op zoek naar eetbare wilde planten en hebben een kruidenkaas gemaakt.

De tweede keer zijn er ook plantjes geruild en zijn we verder op zoek gegaan naar eetbaar planten in de tuin. Nu heb ik vooral de vaste eetbare planten in de wijktuin laten zien. Planten die je niet ieder jaar opnieuw hoeft te zaaien, maar die vanzelf weer terug komen.

20 augustus staat in het teken van stekken van vaste planten en enten. Ward van Teylingen, oud boomkweker uit Boskoop, komt vertellen en laten zien hoe je planten het beste kan stekken en enten. Je gaat zelf ook de slag met het oefenen van enten.

Waar: Wijktuin de Alphense Wetering, t.o.v. Afrikalaan 185 in Alphen aan den Rijn
Wanneer: 20 augustus en 22 oktober 2022
Tijd: 14.00-16.00
Kosten: € 10,00
Maximaal 12 deelnemers 
Inschrijven tuincafé

Puur Podium

In deze aflevering van Puur Podium demonstreer ik hoe je een pompoenspread maakt.

Rode bietensoep

De eerste rode bieten worden in juni/juli geoogst. Het begint met kleine bietjes gebonden in bosjes, de zogenaamde bosbietjes. Deze zijn lekker zoet van smaak. In de herfst worden de laatste bieten geoogst en bewaard in de koelcel, zodat we tot zeker april nog bietjes kunnen eten. Tegenwoordig zijn er vele soorten bietjes: rode, lange, gele, witte en rood met witte ringen – een Italiaanse soort (Chioggia). Bietjes kun je op verschillende manieren bereiden. Kook bietjes het liefst in de schil en dompel ze in koud water, daarna kun je de schil eraf wrijven. Een andere bereidingswijze is roosteren in de oven. De rode biet karamelliseert en krijgt een zoetere smaak. Chioggia bietjes kun je heel goed pickelen, de kleur blijft dan beter behouden. Bietjes combineren goed met balsamico- en appelazijn, blauwe kaas, geitenkaas, honing, komijn, koriander, mosterd, noten, venkel, appel, bessen, pastinaak, peer, knolselderij, diverse slasoorten en rode ui.
Wist je dat je het blad van bietjes ook kunt eten?

Onderstaand recept is spontaan ontstaan door restjes uit de koelkast op te maken.

Nodig:
1 ui
1 teen knoflook
1 venkel + venkelgroen
2 rode bieten
olijfolie
1 eetl. ras el hanout
1 liter bouillon
peper en zout

Materialen:
snijplank, mes, soeppan, houten lepel, staafmixer

Bereiding:
Schil de ui en snijd fijn.
Schil de knoflook en snijd zeer fijn.
Maak de venkel schoon en snijd in stukken.
Schil de bietjes en snijd in blokjes.
Verhit de olie in de pan en fruit de uien glazig.
Voeg de knoflook, venkel en bietjes toe en bak nog even mee.
Voeg zoveel bouillon toe dat de groenten net onder staan.
Kook de groenten in 20 minuten gaar.
Mix de soep met de staafmixer. Is de soep te dik voeg dan nog wat bouillon toe.
Maak op smaak met peper en zout en garneer met venkelloof.

Workshop koken met wilde planten

Tijdens de workshop “koken met wilde planten” bij de Hortus Populus is een filmpje gemaakt. Ik wordt blij als ik het terug zie.

Speenkruid

Wetenschappenlijk naam: Ranunculus ficaria verna
Behoort tot de Ranonkelfamilie

De naam ‘speenkruid’ is volgens sommigen afgeleid van de vorm van de knollen, die op kleine speentjes lijken. Behalve speenkruid heet de plant op vele plaatsen boterbloem en op enkele pinksterbloem, maar verder haneklootjes (Friesland), kattenklootjes (Noord- Holland), papenkloten (Zuid-Holland), verder kikkerbloem, kleine boterbloem, kleine gouwe en oelekebloem (Achterhoek). Vijgwortel omdat de knolletjes de vorm van een vijg hebben.

Wat zie je?
Het is een bodembedekker, die al vroeg in het voorjaar bloeit met gele bloemetjes (met 8-12 bloembladeren). De groene glimmende bladeren lijken op de vorm van een hart en zitten aan een lang steeltje. Deze bladstengel buigt naar de grond. Aan de wortel groeien knolletjes die lijken op speentjes.

Bijzonderheden
De plant bloeit in het voorjaar, als de vaste planten gaan uitlopen, trekt het speenkruid zich terug en sterft bovengronds af. De plant gebruik de speentjes om voedsel op te slaan voor het volgend seizoen. Vroeger werd speenkruid vanwege het hoge vitamine C gehalte bij scheurbuik en voorjaarsmoeheid gegeten.

Let op! Niet in grote hoeveelheden eten, vanwege aanwezigheid van protoanemonine. Het gehalte aan protoanemonine in de bladeren neemt toe als de plant bloeit.

Oogsten
Maart-april: blad, alleen als de plant nog niet bloeit
April: bloemknoppen
Mei-juni: wortelknolletjes en de broedknolletjes in de bladoksels

Gebruik in de keuken
Blad: fijngesneden in salade, kruidenmengsels en kruidenkaas
Bloemen: als decoratie
Bloemknoppen: in olie of azijn inleggen
Wortelknolletjes en bladoksel-broedknolletjes: inleggen in olie of azijn

Inhoudsstoffen
Vitamine C vooral in de bladeren, ranunculine (waarvan protoanemonine is afgeleid), saponinen en looizuur.
In wortel: looistoffen, asparagine en het enzym urease.

Medicinaal
Speenkruid heeft een reinigende werkingen en wordt ook bij onzuiverheden van de huid en aambeien gebruikt.

Bronnen:
Eetbare wilde planten – Steffen Guido Fleischhauer e.a.,
Onkruidboek – Suze Peters e.a.

10 (voor)zaaitips

Zo gauw het zonnetje begint te schijnen in het voorjaar, krijgen we last van de beruchte zaaikoorts. Het is dan vaak nog te koud en te nat om in de volle grond te gaan zaaien. Toch kun je binnen in huis al het een en ander doen.

Niet iedere grond warmt even snel op, zand wordt sneller warm dan klei. Op zandgrond kun je daarom al eerder buiten zaaien en uitplanten. Voor kleigrond houden we als datum 1 april aan om plantjes buiten uit te planten en buiten te gaan zaaien.

  • Zaai niet te vroeg. In januari en februari is er nog te weinig zonlicht om planten goed te laten groeien. De buitentemperatuur is vaak nog te koud.
  • Vanaf eind februari kun je binnen aubergines, pepers, paprika’s en tomaten zaaien. De zaden van deze planten  hebben minstens 20 °C nodig om te kiemen. ½ mei kunnen ze buiten worden uitgeplant, in de kas al eerder.
  • Zaai in perspotjes, voorgevormde tray’s of in schoongemaakte plantenpotjes, dan kun je de planten zonder beschadiging aan de wortels verplanten of uitplanten. Doe 2 zaadjes in één potje, bij verplanten gebruik je de sterkste plant.
  • Zet je zaailingen voor het raam, want ze hebben veel licht nodig. Hebben ze onvoldoende licht dan groeien ze scheef en langgerekt en worden zwakke planten. Let op! Bij felle voorjaarszon kan het soms te heet zijn achter glas. Zet dan een krant of stuk karton tussen het raam en je zaailingen.
  • Zaai op de juist zaaidiepte. De algemene regel is; zaai ongeveer 2 x zo diep als de zaden groot zijn. Als je te diep zaait, zullen de zaden er langer over doen om te kiemen en is de kans op rotten groter.
  • Gebruik een plantenspuit bij het watergeven van je zaailingen. Controleer elke dag de vochtigheid van de grond. Dek je pas gezaaide zaden af met bijvoorbeeld plastic. Het water verdampt dan minder snel. Zodra de plantjes uitgekomen zijn, verwijder je het plastic en kun je ze beter van onderaf watergeven. Je stimuleert dan de wortelgroei.
  • Sla, spinazie, radijsjes, tuinkers, rucola, raapstelen, tuinbonen, doperwten, kapucijners en wortelen kiemen al bij een temperatuur van 10 °C. Je kunt ze dus al heel vroeg onder koud glas zaaien.
  • Gebruik biologische zaden, dit zijn meestal sterke rassen en er worden geen chemische stoffen gebruikt als coating. Op deze manier steun je ook de biologische landbouw en milieuvriendelijke zaadteelt.
  • Zaden van sla, wortel, peterselie en selderij zijn lichtkiemers, dit betekent dat zij licht nodig hebben om te kiemen. Je verspreid de zaden over je zaaigrond en dekt dit af met een dun laagje zand. Zand bestaat uit kiezel en houdt daardoor licht vast.
  • Gebruik om te zaaien kant en klare zaaigrond of maak het zelf van 2 delen tuin- of potgrond  met 1 deel grof wit zand (= straatzand) en 1 deel cocopeat of vermiculiet (is een zeer licht gesteente dat vocht vasthoudt).